Afdrukken

Een hoorbare blik op de volgende wereld. De titel van het programma Voortdurend Verlangen heeft betrekking op de slotwoorden van het motet Jesu meine Freude van Johann Sebastian Bach: “Duld ich schon Spott und Hohn, dennoch bleibt du auch im Leide, Jesu, meine Freude.” De teksten van het gekozen repertoire voor dit concert geven aanleiding tot een veel ruimere interpretatie van de oorspronkelijke betekenis. De zangteksten bevatten beschouwende woorden over lijden en sterven. De verwachting van het Paradijs wordt maar wat graag gekoesterd.

Muziek voor de Passietijd wordt doorgaans geassocieerd met composities uit de Lutherse traditie van Johann Sebastian Bach en contemporaine gelijkgestemden. Uiteraard draagt de voorliefde voor de Matthäuspassion van Johann Sebastian Bach hier in hoge mate aan toe bij. In dit programma voor de Lijdenstijd worden motetten gezongen van de familie Bach en Heinrich Schein, Bachs voorganger als cantor aan de Thomaskirche in Leipzig.

Johann Hermann Schein (1586-1630) is – naast de componisten Schütz en Scheidt – bepalend voor de Duitse zeventiende-eeuwse muziek. Schein bleek al snel zowel een begaafde student als een muzikaal talent. Na onder andere een rechten- en letterkunde-studie werd hij muziekleraar en later kapelmeester. Scheins leven werd helaas geteisterd door ziekte en dood: van zijn in totaal tien kinderen overleefden er maar twee, en zijn eerste vrouw overleed op jonge leeftijd. Ook zijn eigen gezondheid liet veel te wensen over, hij zou al op zijn 44e sterven. Bijna half zo oud als zijn goede vriend Schütz. In zijn vrij korte leven heeft Schein echter wel indrukwekkende muziek nagelaten. De meeste werken zijn te vinden in bundels. De vocale werken in Opella nova (1618), Israels Brünnlein (1623) en het latere Cantional (1645). Samen met het instrumentale Banchetto musicale (1617) vormen deze composities hoogtepunten van de Duitse zeventiende eeuw.

Het programma opent met twee prachtige vijfstemmige motetten van Johann Hermann Schein: Da Jacob vollendet hatte en Unser Leben währet siebnzig Jahr. De werken stammen uit de bundel Israels Brünnlein en zijn sterk beïnvloed door de ‘nieuwe’ Italiaanse stijl die rond 1600 zijn intrede deed. De muziek ‘illustreert’ de tekst, de composities werden daarom ook wel ‘madrigaalmotetten’ genoemd. De barokke toonschilderingen – oftewel madrigalismen genoemd – volgen de betekenis van de tekstfragmenten nauwgezet.

Het motet Unser Leben ist ein Schatten is geschreven door Johann Bach uit Erfurt, een oudoom van Johann Sebastian Bach. Johann Bach is organist, hij trouwt de oudste dochter van zijn leraar. Zij overlijdt niet veel later. De kinderen uit zijn tweede huwelijk gaan allemaal een carrière in de muziek tegemoet. Zo beheerst deze familie Bach gedurende honderd jaar het muzikale leven in Erfurt. Het werk van Johann Bach wordt overschaduwd door ontberingen die voortkwamen uit de Dertigjarige Oorlog. De latere ooms en tantes bleken gelukkig groot respect te koesteren voor hun oudste familielid, de werken van Johann werden opgenomen in het zogenaamde ‘Altbachischen Archiv’.

Opmerkelijk in dit openingsmotet van het concert zijn de mistflarden met tekstherhalingen die ‘vanuit de verte’ worden gezongen door een echo-koor. Deze lijken het tranendal van een afscheid, de treurnis rondom de dood en de troost door vertrouwen in een nieuw begin vanuit het hiernamaals te bevestigen. Het vijfstemmige motet Sei getreu bis in den Tod van Johann Christoph Bach gunt ons een blik op het leven na de dood. De tekst is genomen uit de Openbaring van Johannes en toont een rotsvast vertrouwen in een nieuw leven. Het motet eindigt optimistisch met de tekst “Jesus läßt dich nicht im Tod”. Opmerkelijk zijn de melismen op de woorden trouw, leven en dood [Getreu, Leben, Tod]. Toonslierten op deze sleutelwoorden dwalen door alle koorstemmen heen en plaatst het motto op de voorgrond. Bezwerend is de herhaling met coupletten, hiermee lijkt het vertrouwen in nieuw leven extra te worden bekrachtigd.

De ontstaansgeschiedenis van het vijfstemmige motet Jesu, meine Freude is buitengewoon ingewikkeld. De symmetrische opbouw van de uit elf delen bestaande compositie is duidelijk het resultaat van een latere bewerking en uitbreiding die Johann Sebastian Bach vermoedelijk maakte in Leipzig. Een eerste kortere versie zou al in Weimar ontstaan kunnen zijn. Het stuk valt op door de afwisseling van enerzijds strofen uit het bekende lied “Jesu, meine Freude” en anderzijds verzen uit het achtste hoofdstuk van de Brief aan de Romeinen. Eenvoudige, vrome koraaldelen alterneren met kunstzinnig uitgewerkte zettingen van de verzen. Centraal staat een vijfstemmige fuga op de woorden “Ihr seid nicht fleischlich sondern geistlich” [Gij zijt niet vleselijk maar geestelijk].