KERSTCONCERT FLYER

December; Jozef en Maria, dwalend op zoek naar een dak boven hun hoofd. Die ene herberg die de deur op slot liet. De geboorte van Jezus, de vlucht naar Egypte. Wat is er in 2000 jaar eigenlijk veranderd? Hoeveel herbergen houden hun deuren dicht? Zijn er nog wijzen en uit welke richting komen ze dan?

December, de maand van terugkijken en vooruitkijken, de maand van de levensvragen. Donker en koud buiten, warm binnen. Capella Brabant wil graag kerstwarmte delen en we willen mensen aanzetten tot nadenken, tot nieuwe vragen, misschien zelfs tot antwoorden.

Zaterdag 16 december 2017 om half negen, in de Grote Kerk op het Kerkplein in ’s-Hertogenbosch zingen we Benjamin Britten en Jetse Bremer. Britse en Nederlandse kerstliederen, muziek die u als vanzelf zachtjes in uw hoofd mee gaat zingen. Deze avond gaan we verder dan zang alleen. U bent niet anders van ons gewend. Bij onze concerten willen we muziek graag koppelen aan andere kunstdisciplines of maatschappelijke thema’s.

Componist, etnomusicoloog en muziekpedagoog Zoltán Kodály looft muziek in leven en werk. Met orgel, met de menselijke stem en dat alles in volle overtuiging. De programmatitel ‘Vox Humana’ verwijst dan ook niet alleen naar het orgelregister als ‘imitatie’ van de menselijke stem. Kodály was voornamelijk een vocaal componist, bij wie melodie altijd de volle aandacht kreeg. Zelf verklaarde hij vlak voor zijn dood: “Onze eeuw van mechanisatie leidt tot een weg waar de mens zelf tot een machine verwordt; alleen de geest van het zingen kan ons dit lot besparen”. Muziek en tekst zijn dan bij deze componist ook “uit één stuk”, ze ademen samen.

Koormuziek werd Kodály’s meest omvattende oeuvre. Nagenoeg geen andere componist uit de 20ste eeuw toont een grotere kennis van, of een grotere toewijding aan dit genre. Voor Kodály zijn de schoonheid van de menselijke stem en de bekoring van het zingen onuitputtelijk. Het gebruik van barokke woordschilderingen, de afwisseling van homofone en polyfone passages en de verbinding van lineaire en verticale schrijfwijzen tonen zijn rijke techniek. Dit is niet louter een schoolse vasthoudendheid, maar juist dienstbaarheid aan de expressie. Kodály was ervan overtuigd dat ieder mens muzikaal is. Als pedagoog ontwikkelde hij – op grond van materiaal van anderen – een methode voor muziekonderwijs aan kinderen en amateurmusici. Vox Humana toont tevens de opinie van Kodály namelijk dat men kinderen op school naast taal ook meteen muziek moet bijbrengen. Hoe hoger de klas, hoe meer uren er aan muziek dienen te worden besteed! Eigenlijk was Kodály met pensioen; na de Tweede Wereldoorlog reisde hij naar Engeland, Frankrijk, Amerika en de USSR om zijn eigen composities te dirigeren. Niettemin voltooide hij een jaar voor zijn dood, in 1966, alsnog een meesterwerk: Laudes Organi voor koor en orgel. Deze lofzang op het orgel, de menselijke stem en muziek staat centraal in het programma Vox Humana. In de composities van de Nederlandse componist en organist Hendrik Andriessen domineren twee elementen die zijn grote voorliefde hadden: het orgel en het koor. Als organist zette hij de grote Franse tradities voort, gefascineerd als hij was door de rijke symfonische kleuren van de Franse orgelliteratuur.

PROGRAMMA:

VAN DE OUDE EN NIEUWE WERELD

Duke Ellington was een Amerikaans jazzpianist, orkestleider en componist. Hij wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste musicus uit de gehele jazzgeschiedenis. Zijn compositie Sacred Concerts tipt aan de wortels van Ellingtons bestaan vanwege zijn roots in de Afrikaans-Amerikaanse cultuur en affiniteit met showbusiness. Het werk toont een diep religieus vertrouwen en heeft een universeel karakter dat is verzegeld met een persoonlijke en muzikale handtekening.

Tijdens het laatste decennium van zijn leven schreef Ellington religieuze muziek, waaronder drie verschillende versies van Sacred Concerts. Het openingskoor, In the Beginning God, werd in de jaren ‘60 veelvuldig uitgevoerd in Duitse kerken. Ellington sprak zelf over zijn compositie als “het meest belangrijke wat ik ooit heb geschreven” maar herhaalde daarbij ook nadrukkelijk dat hij heeft getracht geen liturgische ‘Mis’ te componeren. Blijkbaar was de componist in zijn werk op zoek naar een universele manier van religiositeit die niet direct was gekoppeld aan een specifieke geloofsgemeenschap.