brabantsvolkorenOp 15 juni voeren Cappella Breda en Capella Brabant een dubbelconcert met deze titel uit in het kader van de concertserie BrabantsVolkoren. Het concert begint om 15:00u in de Lambertuskerk te Raamsdonk. Het harmonium wordt bespeeld door Klaas Hoek. De korenserie van BrabantsVolkoren staat dit jaar in het teken van 100 jaar oorlog en vrede sinds het uitbreken van de eerste wereldoorlog. 

Het aandeel van Capella Brabant aan dit concert omvat een tweetal motetten over het tijdelijke en het eeuwige leven van de hand van de befaamde Bach-familie.

“Sei getreu bis in den Tod” is van Johann Christoph Bach, een oudoom van Johann Sebastian Bach. Johann Christoph was organist en componist in Arnstadt, Eisenach en Ohrdruf. Deze musicus werd door zijn familie hogelijk gewaardeerd wat blijkt uit het feit dat een aantal van zijn werken zijn opgenomen in het “Altbachische Archiv”, een verzameling die grootmeester Johann Sebastian Bach heeft samengesteld.

Van Johann Sebastian Bach wordt het motet “Jesu, meine Freude” gezongen. De afwisseling van vijf-, vier,- en driestemmigheid en de evocatieve muzikale tekstuitbeelding maken deze compositie tot een zeer geliefd koorwerk voor zowel luisteraars als uitvoerenden. Het vijfstemmige motet “Sei getreu bis in den Tod” gunt een blik op het leven na de dood. De tekst is genomen uit de Openbaring van Johannes en toont een rotsvast vertrouwen in een nieuw leven. Het motet eindigt optimistisch met de tekst “Jesus läßt dich nicht im Tod”. Opmerkelijk zijn de melismen op de woorden trouw, leven en dood [Getreu, Leben, Tod]. Toonslierten op deze sleutelwoorden dwalen door alle koorstemmen heen en plaatst het motto op de voorgrond. Bezwerend is de herhaling met coupletten, hiermee lijkt het vertrouwen in nieuw leven extra te worden bekrachtigd.

De ontstaansgeschiedenis van het vijfstemmige motet “Jesu, meine Freude” is buitengewoon ingewikkeld. De symmetrische opbouw van de uit elf delen bestaande compositie is duidelijk het resultaat van een latere bewerking en uitbreiding die Johann Sebastian Bach vermoedelijk maakte in Leipzig. Een eerste kortere versie zou al in Weimar ontstaan kunnen zijn. Het stuk valt op door de afwisseling van enerzijds strofen uit het bekende lied “Jesu, meine Freude” en anderzijds verzen uit het achtste hoofdstuk van de Brief aan de Romeinen. Eenvoudige, vrome koraaldelen alterneren met kunstzinnig uitgewerkte zettingen van de verzen. Centraal staat een vijfstemmige fuga op de woorden “Ihr seid nicht fleischlich sondern geistlich” [Gij zijt niet vleselijk maar geestelijk].

De bezetting van basso continuo wordt in het programma “Zalig zijn de doden” – waarin de componist Brahms een aanzienlijk aandeel heeft – gespeeld op harmonium. In de tijd van Brahms was deze instrumentale begeleiding van motetten uit de barok gebruikelijk. In zekere zin toont deze instrumentkeuze dan een authentieke benadering van de uitvoeringspraktijk van de negentiende eeuw.

marc versteeg

Een voorproef(je) van de te zingen muziek kunt u hieronder horen, uitgevoerd door het Vocalconsort Berlin o.l.v. Daniel Reuss. Deze opname is van de BachDag i.s.m. de Organisatie Oude Muziek op 29 januari 2012.