brabantsvolkorenVoor Frank Martin (1890-1974) was religie van jongs af aan vertrouwd, de componist was een zoon van een Zwitsers calvinistisch predikant. Religie vormt dan ook een belangrijk element in een groot deel van zijn muziek. Zijn eerste werk op een religieuze tekst is zijn „Mis” die dateert van 1921/1926. Deze compositie voor twee gemengde koren a cappella schreef hij grotendeels tijdens een verblijf in Rome. Controversieel, omdat hij als protestant een typisch rooms-katholieke tekst gebruikt. En controversieel omdat de tekst ook nog eens bij uitstek liturgisch is. Religie riep voor hem diep doorleefde gevoelens op en blijkbaar was het vooral een puur individuele emotie.

April 1945, de Amerikaanse troepen naderen het zuiden van Duitsland. De nazi's dwingen achtduizend gevangenen van Dachau en omringende kampen in een dodenmars die voor velen eindigt in de dood. De gevangenen die de tocht overleven lopen in de handen van de geallieerden. De mars heeft het door de nazi's beoogde doel nooit bereikt.Martin componeerde zijn dubbelkorige „Mis” als de persoonlijke uiting van de woorden van het Ordinarium. Het intieme karakter zorgde er zelfs voor dat hij het werk aanvankelijk niet eens in de openbaarheid wilde brengen. De componist beschreef in 1970 zijn Mis als „een volkomen vrije […] compositie” en zag het als een zaak tussen God en hemzelf. Pas twee jaar voor zijn dood gaf Martin toestemming om zijn Mis te laten uitgeven.

Collegium Vocale Eindhoven en Capella Brabant brengen samen het „Agnus Dei”, het laatste deel van de Mis, ten gehore. Het eerste koor zingt, overwegend unisono, een vrije melodie. Het tweede koor zingt schitterende harmonieën op een trage cadans van kwartnoten. Als een dodenmars. De koren vragen om ontferming en vergeving van zonden. Pas in de laatste 4 maten klinkt de gezamenlijke slotformule op de Latijnse tekst „Dona nobis pacem”. Een smeekbede om vrede . Homofoon - de verstaanbaarheid van de tekstregel mag van de componist op geen enkele manier worden verstoord - wordt het concert afgesloten met de woorden van de titel van het programma. De laatste noten vormen het hoopvolle en overtuigende slotakkoord in G majeur.

marc versteeg